Een ontwikkelaar die grond wil verwerven voordat de bestemming is gewijzigd, wil die grond niet direct kopen. Tegelijk wil hij voorkomen dat een concurrent ermee vandoor gaat. Twee instrumenten worden daarvoor veel gebruikt: het optierecht en het voorkeursrecht.
Het optierecht
Met een optierecht krijgt de ontwikkelaar het recht om door een eenzijdige verklaring een koopovereenkomst tot stand te brengen. De eigenaar is daaraan gebonden: als de ontwikkelaar de optie inroept, is de koop gesloten tegen de vooraf afgesproken voorwaarden. Voor de ontwikkelaar is dat de sterkste positie.
Het voorkeursrecht
Bij een voorkeursrecht verplicht de eigenaar zich om de grond eerst aan de ontwikkelaar aan te bieden als hij wil verkopen. De eigenaar is niet verplicht om te verkopen. Het voorkeursrecht biedt dus minder zekerheid, maar is voor een eigenaar vaak makkelijker te accepteren.
Waar u op let
- De prijs. Ligt de prijs vast, of wordt hij bepaald door taxatie op het moment van inroepen? Gaat het om een prijs voor agrarische grond of voor bouwgrond?
- De looptijd en eventuele verlenging.
- De optievergoeding. Eigenaren vragen vaak een vergoeding voor het verlenen van de optie. Spreek af of die wordt verrekend met de koopsom.
- Doorwerking. Wat gebeurt er als de eigenaar overlijdt of de grond toch aan een ander verkoopt? Een kettingbeding en een boete kunnen helpen.
Het gemeentelijk voorkeursrecht
Een gemeente kan op grond van de Omgevingswet een voorkeursrecht vestigen op gronden die zij wil verwerven. Een eigenaar moet de grond dan eerst aan de gemeente aanbieden. Dat kan een private afspraak met een ontwikkelaar doorkruisen. Laat daarom altijd onderzoeken of er een gemeentelijk voorkeursrecht geldt of dreigt. Lees meer in ons artikel over het gemeentelijk voorkeursrecht.
Conclusie
De keuze tussen een optie en een voorkeursrecht hangt af van uw positie en die van de eigenaar. Wij helpen u graag bij het opstellen van een overeenkomst die standhoudt.